![]() |
| De tekst op de muur van ons appartement in Haifa... |
Het wonder is gebeurt!
Op het moment van schrijven kijk ik uit mijn raam en zie ik
de stad Haifa voor me. Ik kan het amper geloven dat God ons door de
spreekwoordelijke ‘rode zee’ heeft geleidt. In mijn vorige blog schreef ik over
Gods belofte dat we ons ondanks ‘de onmogelijkheden’ op Hem moesten vertrouwen.
Om eerlijk te zijn, ik zag er ontzettend tegenop om mensen te ontmoeten voordat
we naar Israël op reis gingen. Je neemt afscheid maar toch met enige reserve. Gods
belofte staat vast maar voor de mensen was de grens dicht. De strijd tussen lichaam
en Geest was groot. Afgelopen zaterdag werden we uitgezegend door onze oudsten
van de gemeente. Dit ervaarde als een grote stap voorwaarts omdat ook zij
achter onze keuzes stonden met betrekking tot de stap in geloof.
We misten één formulier om het land Israël binnen te komen. Dit
formulier hadden we aangevraagd bij de ambassade, maar kregen geen gehoor. We
besloten om in geloof te gaan. We zijn enorm dankbaar voor de mensen die ons in
geloof gesteund hebben. Familie, vrienden en nog velen andere gelovigen. Het
zou een rode zee ervaring worden en daar was niks aan gelogen. Het was
praktisch onmogelijk om naar de overkant te gaan. We moesten gewoon gaan en God
het werk laten doen. Met inchecken zagen we God al in actie. We bleken de
eerste te zijn die voor Transavia naar Israël incheckte. De beambte wist weinig
over de benodigde papieren omdat we de eerste waren. Ze besloot om ons in te
checken met de vermelding erbij dat we tot in Israël genoeg hadden aan ons
paspoort en de boardingpas. Normaal gesproken kan je niet aan boord zonder de
juiste papieren. Wonder één was gebeurt!
Eenmaal in Israël leek het eerst heel makkelijk te gaan. We konden
ons paspoort scannen en kregen een entree bewijs. Vanwege ons buitenlandse
paspoort werden we apart genomen en ondervraagd. Ik moest mee komen naar de
manager. Ze vertelde mij dat ik mijn vrouw en kinderen moest halen om terug
naar het vliegtuig gebracht te worden. Ik bad: ‘Heere, als U dit echt aan ons
beloofd heeft, dan bent U nu aan zet om een doorbraak te maken.’ Mijn oudste
zoon was emotioneel en ik vertelde hem dat hij moest bidden voor een wonder.
Net voor de gate kreeg de mevrouw een telefoontje van haar leidinggevende. Ze
draaide zich naar ons om en excuseerde zich en vertelde ons dat we per hoge
uitzondering het land in mochten. Wat een wonder! De God die het volk Israël
door de Rode Zee geleidt heeft is nog steeds dezelfde God. Hij leeft! De God
van Israël bracht ons door de onmogelijkheden naar Israël.
Op dit moment zitten we in een isolatie van tien tot
veertien dagen. Dit komt helemaal op het juiste moment na alle inspanningen. We
bidden dat deze tijd een tijd van aanbidding en dankzegging mag zijn. Via de
gebedsgroep kregen we dit prachtige lied door en daar wil ik dan ook mee
afsluiten tot eer en glorie van Zijn Naam.
Tot snel!
Nooit kan ’t
geloof te veel verwachten,
Des Heilands
woorden zijn gewis.
’t Faalt aardse
vrienden vaak aan krachten,
maar nooit een
vriend als Jezus is.
Wat zou ooit Zijne
macht beperken?
’t Heelal staat
onder Zijn gebied.
En wat Zijn liefde
wil bewerken,
Ontzegt hem Zijn
vermogen niet.
Die hoop moet al
ons leed verzachten.
Komt reisgenoten, ’t
hoofd omhoog.
Voor hen die ’t
heil des Heeren wachten,
zijn bergen vlak
en zeeën droog.
O zaligheid niet af
te meten,
o vreugd, die alle
smart verbant.
Daar is de vreemd’lingschap
vergeten
en wij, zijn in ’t
vaderland.
![]() |
| Terug in Haifa! |


Reacties
Een reactie posten